Kalender

De familieplanner barst uit z’n voegen. Foute kersttrui aan. Bestek mee. Hapjes wegbrengen. Zingen bij de kerstboom op het plein, enzovoort, enzovoort. Elk jaar is het weer een wonder dat we de gevreesde laatste schoolweek voor kerst doorkomen. Wie bedenkt dat dit leuk is, is gek. Al stond er gisterenavond een stralende directeur op het schoolplein – die genoot in ieder geval met volle teugen van zijn kindertjes. En de jongens hadden het meer dan goed op hun kerstdiners. Dus zo gek is het allemaal niet, je moet alleen in deze week geen ouder van een schoolgaand kind zijn.

Man en ik gaan als een speer. Hij houdt zich overeind met de inhoud van de medicijnkast, ik neem mijn toevlucht tot teveel koffie. Maar alles op de kalender strepen we systematisch af, totdat ik op een punt kom waar er niets meer te regelen valt.

Ik heb vrij. En niet alleen is het werk gedaan, ik heb een zakelijk kerstdiner. Zakelijk als in: een avond uit met mezelf en mijn brugmaatje. We hebben allebei het jaar overleefd, onze toko’s draaien nog en we hoeven niet onder de brug te slapen. Dat moet gevierd worden.

De voorpret is misschien nog wel meer waard dan de avond zelf. Man neemt de jongens mee inkopen doen voor hun Jongensavond. Terwijl ik sta te tutten, krijg ik een foto van een smullende Grote Zoon en Kleine Zoon. Toetjes onder de poedersuiker bij de oliebollenkraam. Als Man zijn zoons verwent doet hij het goed, want er komt gebraden kip, met bar weinig groenten, en een grote bak ijs toe. ‘Stracciatella!’ jubelt Kleine Zoon, ‘heb je het gezien mama?’ De heren gaan los.

Maar ik heb glitternagellak. Blauwe. Daar kan geen kip tegenop.

Advertenties

Soft

‘Ik schilder met woorden.’ Haar metafoor over metaforen blijft me bij na een date van drie uur. De tijdspanne is eigenlijk opmerkelijker: niet alleen ben ik op koffiepad buiten de stad, ik kijk tijdens ons gesprek maar twee keer op mijn horloge. Dat mag in de krant.

Na weken buffelen zijn de klussen klaar – of bepaal ik dat het mooi is geweest. Ik durf de stekker er tijdelijk uit te trekken, in het vertrouwen dat men me wel weer zal vinden als ik mijn laptop openklap. Sinds de zomer stroomde het werk door, en mijn gedachten en inspiratie liepen over. Precies zoals je het zou willen. Attente opdrachtgevers, mooie klussen en een banksaldo om U tegen te zeggen.

Tegenover me zit een specialist in zacht werken. Anderhalf jaar geleden trof ik haar voor het eerst. Zacht werken vond ik een uitermate soft begrip. Dat kon niks zijn, aangezien ik het devies ‘leuk werk bestaat niet’ van jongs af aan had meegekregen. Zo snel mogelijk wennen aan het noodzakelijke en vooral onontkoombare kwaad was volgens mijn ouders de enige optie. Het concept van niet hard werken leek me een fabel uit een zelfhulpboek. Naar jezelf luisteren, je intuïtie volgen en doen wat bij je past? Zacht zijn zou me niet wapenen tegen de werkelijkheid.

Ik vertel haar over mijn omscholingsexperiment. Dat het een noodsprong was, waarvan ik achteraf zo opgelucht ben dat het niets is geworden. Over de paniek en het interen. En hoe fluitend ik de laatste tijd achter elkaar mijn uren heb gemaakt, vrijwel zonder stress. Terwijl ik praat, weet ik dat dít is wat ze eerder bedoelde.

Ze heeft ogen als oceanen. Zoiets zeg je niet, maar schrijf je wel. (Mijn beurt om met woorden te schilderen.) Haar ogen zijn voor mij een diepe spiegel naar binnen. Ik durf het zelden aan om er echt in te kijken. Terwijl ik niets te vrezen heb. Want ze is de zachtheid zelve – net als ik. Hoe vaak ik dat van mezelf ook vergeet.

Fi-ga-rooo

Inmiddels hebben we zo ons ritueel. Een dikke kus rechts, ‘Toi!’, een dikke kus links, ‘Toi!’, en een geweldige klapzoen in zijn warme nek, ‘Supertoi!’. Al ruim een maand geef ik toitoitoi-zoenen aan Grote Zoon, die figureert bij De Nationale Opera. Elke voorstelling straalt hij van oor tot oor: het leven heeft weer zin.

Grote Zoon begon tijdens de repetities opeens te groeien. Letterlijk. Dit voorjaar en deze zomer kwam er geen centimeter bij, Grote Zoon geloofde het allemaal wel. Nu neuriet hij aria’s en zingt: ‘Figaro, Figaro, Fi-ga-rooo.’ En koop ik stapels nieuwe broeken.

’s Nachts om half twaalf schmink ik hem af en ’s ochtends lopen we zachtjes door het huis om hem niet wakker te maken. Vaak zit hij spierwit aan het ontbijt, maar weet op school wakker te blijven. Niet elke toets gaat even goed – wat zal het. Grote Zoon is blij.

Vandaag is de laatste voorstelling van de reeks van tien. Grote Zoon zit mokkend op de bank. Een boze traan rolt over zijn wang. Natuurlijk is er niks, ik moet vooral niet zo zeuren. Een Sinterklaasgedicht maken voor een meisje is een rotklus en huiswerk idem dito. Ik gooi al mijn charmes in de strijd maar het mag niet baten. Het opera-avontuur is bijna voorbij en daar kan geen moederhart wat aan veranderen.

Pas als ik zeg dat ik mee naar de voorstelling ga, klaart hij op. Grote Zoon complimenteert me met mijn outfit en mijn make-up. Ik val van mijn stoel, want zoiets ziet hij meestal niet eens, laat staan dat hij er iets van zegt.

Dan fiets ik hem richting Stopera en geef zijn drie gelukszoenen. Ik ga straks mijn handen stuk klappen. En het gegarandeerd niet droog houden.

We waren erbij

In de zaal is het aardedonker. Her en der flakkeren de laatste telefoonschermpjes, tot ook die uitgaan. Het publiek wacht in stilte. Dan begint in het donker de muziek te spelen. Ik voel opeens een warm handje in de mijne knijpen. De avond kan nu al niet meer stuk.

Er verschijnt een kring van flauw licht op het podium. Daarin, opgekruld als een balletje, zit Sergei. ‘Is dat ‘m?’ fluistert Kleine Zoon. ‘Ja’, zeg ik. En dan duwt hij zijn lijfje helemaal tegen het mijne aan. We zijn erbij.

Kleine Zoon gaat weleens mee naar het ballet maar in alle eerlijkheid kan het hem niet zo boeien. Teveel toeters en bellen, teveel spitzen. Hier danst Sergei op zachte schoenen die wel sokken lijken. In een broek en een jasje. Dát is Kleine Zoon zijn stijl. Dat er twee ballerina’s in spierwitte tutu om Sergei heen cirkelen, negeren we gemakshalve even.

Hij leunt over de balustrade en kijkt met een verrekijker naar Sergei. Mijn blik gaat over Kleine Zoons haar naar het podium. Alsof ik wil zien wat hij ziet, alsof dat het optreden nog onvergetelijker maakt. Want het is niet Sergei die de meeste indruk op me maakt, maar mijn eigen kleine danser. Zoals hij daar zit, helemaal betoverd.

In het donker kan ik Kleine Zoon niet zien stralen, maar ik voel het des te beter. Ik knipper mijn tranen weg en laat me met Kleine Zoon meevoeren.

Vijfde versnelling

Ik ga als een speer. Doe op een dag zoveel dingen tegelijk dat ik ’s avonds ongeveer niet meer weet waar ik ’s ochtends mee begonnen ben. Mindful? Nee, allesbehalve. Nodig? Jazeker.

De ‘r’ is weer in de maand. En in ons huis betekent dat eerst rustig een klein tandje bij. Man kucht en krabbelt op. Dan nog een tandje. Man kucht en kucht. En nóg een tandje, net zolang tot de hoogste versnelling is bereikt. Waar Man eraf ligt, race ik door. Dat is geen romantische ‘for better or for worse’-deal, het is gewoon zoals het is. En al heel wat jaartjes, dus je hoort me niet klagen. Voor wie denkt hier tussen de regels door een ironische ondertoon te bespeuren: die is er niet. Ik tel mijn – en zijn – zegeningen.

Een half jaar geleden kwam ik via LinkedIN in contact met een vrouw die in een soortgelijke situatie als de mijne zat. Man met stamceltransplantatie. Spannend. Stress. En meer van dat soort algemeenheden. Inmiddels schrijf ik haar elke maandag. Want haar rollercoaster is een hel(se rit). De stamceltransplantatie pakte verkeerd uit en de nachtmerrie waar ik altijd zo bang voor was, is haar leven. Vanochtend hoorde ik dat haar man hersendood is. ‘Hopefully it won’t be much longer.’

Elke dag zeg ik tegen mijn mannen dat het goed komt. Dat ze moeten volhouden. Dat de herfstvakantie in zicht is. Want als zij er vertrouwen in hebben, zin maken ook al is die er niet, dan lukt het mij ook. Ik praat hen erdoorheen en mezelf erbij.

Zo vierden we Kleine Zoons verjaardag. Een ouderwets thuisfeestje met vriendjes en vriendinnetjes van de oude én nieuwe school. Kinders die door hun wimpers gluurden omdat de film zo spannend was. Die wedstrijdjes deden popcorn zonder handen (!) eten. Ik stofzuigde de boel gewoon op en haalde diep adem. Ook weer van het lijstje. Maar ook weer gelukt. Het komt goed. En het is bijna herfstvakantie.